Algemeen

De vereniging en haar historie

De Diepenheimse Schutterij is in 1923 opgericht en telt op dit moment ruim 1100 leden. Vertier voor de bevolking, daarvoor zette de vereniging zich in. Hiermee kwamen de organisatie van een kermis en traditionele volksspelen tot stand. In vroegere tijden werd het Schuttersfeest altijd bij plaatselijke horecabedrijven gevierd. ‘De Pol’, ‘Oudelaar’ en ‘Roelofsen’ vormden tot 1980 het decor van de traditie die nog steeds voortduurt.

Vanaf 1980 zijn de activiteiten uitgegroeid tot het Jeugdschuttersfeest en het driedaagse evenement in het laatste weekend van september. Alles vindt plaats in en rond de feesttent aan de Borculoseweg; van traditionele volksspelen voor leden tot een spetterend programma voor iedereen die wel van een feestje houdt.

Hieronder ziet u een tijdbalk die de historie van de Diepenheimse Schutterij weergeeft.


Tijdbalk

Geschiedenis stationsgebouw

De Diepenheimse Schutterij is gevestigd in het stationsgebouw in Diepenheim. Hieronder leest u de historie van Station Diepenheim.

Initiatiefnemers aanleg spoorlijn

Mede op initiatief van G.J. Jannink (directeur Arntzenius Janninkfabriek in Goor) en zijn collega G. Salomonson (Stoomweverij Nijverdal) kwamen er plannen voor de aanleg van een spoorlijn vanaf Neede via Diepenheim en Goor naar Hellendoorn. Het ging de initiatiefnemers in eerste instantie om de aanvoer van grond- en brandstoffen voor hun fabrieken en de afvoer van producten. Niet zozeer om personenvervoer.

Financiering

Voor de financiering van het station werd er een beroep gedaan op de provinciebesturen van Overijssel en Gelderland en de gemeenten langs het aan te leggen tracé. Op 27 april 1904 werd in de Goorse Grote Sociëteit de Lokaalspoorweg-Maatschappij Neede-Hellendoorn opgericht met een startkapitaal van 300.000 gulden. Met dit geld kwam de aankoop/onteigening van de benodigde percelen grond op gang, onder andere van het landgoed Weldam. In de gemeenten en buurtschappen werden diverse haltes en stations gebouwd. Zo verrees er in Diepenheim een station. 

Bouw

De bouw van gebouwen, de aanleg van grondwerken en het aanleggen van sporen en wissels voor het tracé Goor-Neede, werd op 16 juni 1909 gegund aan de firma P. Boks uit Amersfoort. Aangenomen wordt dat dit bedrijf ook de architect voor het stationsgebouw van Diepenheim heeft geleverd.


Goederenvervoer bij Station Diepenheim

Boks begon vrij snel na de gunning met de werkzaamheden maar ondervond, vooral nabij de Schipbeek, grote problemen door de abnormaal grote regenval in de winter van 1909-1910. Toch klaarde Boks het karwei binnen de hem toegemeten tijd. Zo reed op vrijdag 29 april 1910 vanuit Neede ‘Bello’ voor de eerste keer vrolijk tingelend en met bloemen en guirlandes versierd door Diepenheim. Bello pikte bij het station aan de Lindelaan enige eregasten uit het Stedeke op. Tijdens deze eerste rit werd door de schoolkinderen een lied van hoofdmeester Borren van o.l.s. Stedeke gezongen.


Station Diepenheim


Uitrukken Diepenheimse Schutterij erkend als immaterieel erfgoed

Het uitrukken van de Diepenheimse Schutterij kan worden bijgeschreven op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland, dit maakt het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE) vandaag bekend. Op zaterdag 26 september zal de traditie tijdens het jaarlijkse Diepenheimse schuttersfeest officieel geplaatst worden.

De traditie bestaat uit drie onderdelen: de aankondiging van het Schuttersfeest door de Klepperderk (stadsomroeper) op de zaterdag ervoor. De optocht is het tweede deel, deze wordt gevormd door een kleurrijk gezelschap van onder meer luitenants, een kapitein, piassen, bielemannen, vlaggendragers en een schuttersfeest.

De Nationale Inventaris vloeit voort uit de ratificatie van de UNESCO Conventie ter Bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed door Nederland in 2012. Dit verdrag kent een centrale rol toe aan de beoefenaars van het immaterieel erfgoed, de gemeenschap, die in dit geval gevormd wordt door de leden van de Schutterij. Ongeveer de helft van de bevolking van Diepenheim, circa 1100 mensen, is lid. Aan het uitrukken van de Schutterij en het aansluitende schuttersfeest doet 90% van de zestienjarigen uit Diepenheim mee. Het sociale aspect is heel belangrijk. Om te zorgen dat de traditie zo levend blijft, stelde de Schutterij een erfgoedzorgplan op, met concrete stappen om de traditie door te geven aan volgende generaties. Het informeren van schooljeugd over de geschiedenis van de traditie is bijvoorbeeld een van de voorgenomen acties.

In de Middeleeuwen was het de taak van schutterijen om de kastelen te beschermen. In Diepenheim ontstonden afzonderlijke schutterijen voor de diverse kastelen. Tradities zoals het Schuttersfeest met koningsschieten, dateren uit die tijd. De schutterijen rukten uit naar één kasteel waar het feest plaatsvond. Toen in de negentiende eeuw de beschermfunctie verdween, werden de schutterijen samengevoegd. Sinds 1923 vindt de traditie in de huidige vorm plaats in Diepenheim. Ieder jaar op de laatste zaterdagmiddag van september rukt de Diepenheimse Schutterij uit. De schutters trekken dan in een optocht langs het oude gemeentehuis van de voormalige gemeente Diepenheim en de particulier bewoonde kastelen het Nijenhuis, Huis Diepenheim en Warmelo. De stoet wordt nog steeds ontvangen door de bewoners van de kastelen om de historische band met de Schutterij te bevestigen.

Aan de tocht van circa vijf kilometer doen ook Harmonie Diepenheim, dansgroep de Stedeker Krummels en de Landelijke Rijvereniging mee. Er is een centrale rol voor het schutterskoningspaar en het jeugdschutterskoningspaar. Het derde onderdeel van de traditie is het aansluitende Schuttersfeest met volksspelen. Het koningsschieten door de mannen en het vogelgooien door de vrouwen worden gezien als de hoogtepunten. De winnaars vormen het nieuwe schutterskoningspaar.